zaterdag 12 november 2011

Over Vlaanderen

Zoals dhr. Sioen in 'dS Weekblad' recent schreef, en zoals we ook al langer wisten via het onderzoek van professor Cassiman, is de genenpool van de autochtone 'raséchte' Vlamingen nogal divers, zodat we dit ook moeten relativeren, maar toch ben ik, zowel langs vaders- als moederszijde, een 'rasechte' autochtone Vlaming, een kind van Vlamingen die hier al eeuwen wonen dus... (Mijn familienaam, langs vaderskant ('De Caluwé'), is trouwens een verfransing van het Middelnederlandse woord 'Calvis', wat 'de Kale' betekent, en is weldegelijk uit Vlaanderen (Oost- of West-Vlaanderen) afkomstig. De meeste 'De Caluwé's wonen trouwens in Oost-Vlaanderen, waar ik zelf ook geboren en getogen ben, en bovendien komt de naam voor in zeer vele documenten uit de Middeleeuwen, ook in Gent (o.a. over een zekere 'Lieven De Caluwé') en in Brugge, waar destijds, tijdens de volksopstand van 1302, een zekere 'De Caluwé' baljuw was van de stad... (En, zoals je in deze link kunt lezen, werd een baljuw in Vlaanderen aangesteld door (ook betaald door en in dienst van) de Graaf van Vlaanderen, en was dus NIET in dienst van de koning van Frankrijk, maar vocht allicht mee aan Vlaamse zijde tegen de Fransen. En een baljuw die, in dienst van de graaf van Vlaanderen, aangesteld werd in een bepaalde stad, moest altijd een Vlaming zijn, weliswaar afkomstig uit een andere streek dan de stad waarin hij zijn functie vervulde. Dit deed men om machtmisbruik en vriendjespolitiek te voorkomen. Maar om die reden zou het dus best kunnen zijn dat deze baljuw van Brugge destijds afkomstig was uit Oost-Vlaanderen... ;-).

Kortom, alhoewel we het, gezien de zeer diverse genenpool in Vlaanderen, ook moeten relativeren, ben ik weldegelijk een 'raséchte' autochtone Vlaming, geboren en getogen in Oost-Vlaanderen, ergens op een reeds lang geleden verdwenen boerderij (havenontwikkeling op de Linker-Schelde-Oever) tussen Kallo en Doel, en als zoon van een landbouwer, meen ik te mogen zeggen en schrijven dat ik ook zeer veel meegekregen heb van het eigen volk, en de eigen Vlaamse cultuur, en dat ik ook gesnoven heb van de zeer rijke Vlaamse poldergrond...(En alhoewel ik eerder links en niet rechts ben: 'Vlaams Bloed en Vlaamse Bodem' dus, hahaha! ;-)

Maar dit neemt niet weg dat ik ook veel kritiek heb op onze erg materialistische cultuur, die ook al in de vroegere landbouwergemeenschappen tot uiting kwam.

Onze godsdienst, de katholieke, was een erg hypocriete, en dat bleek ook al in die landbouwergemeenschappen, waar iedereen 's zondags naar de mis ging, maar waar ook veel gelogen en bedrogen werd, dat het een lieve lust was... En de waarde van iemand werd niet gemeten aan zijn of haar karakter, maar weldegelijk aan de omvang van diens bezittingen, de grootte van de schuur en het erf, en de hoeveelheid van de grond...

In werkelijkheid hebben wij een erg materialistische en niet-spirituele cultuur, en dat is ook zo bij onze arbeiders, voor wie 'het materialisme' in het 'historisch materialisme' van Marx, klaarblijkelijk een zeer belangrijk deel uitmaakt van 'de dialectiek'... ;-)

Maar toch is het zo dat 'de kleine man/vrouw' hier allicht véél meer te zeggen heeft dan elders in de wereld, immers, mijns inziens zit dit a.h.w. ingebakken in onze cultuur, waar de ambachten en de gilden (nu onze middenstanders en 'kleine zelfstandigen') al geleidelijk meer inspraak kregen in de Middeleeuwen. En was de Guldensporenslag (11 juli 1302, ook onze Vlaamse feestdag), niet dé eerste overwinning van een leger van voetvolk (lees: een leger van arbeiders, gerekruteerd uit de gilden en de ambachten) op een elite-leger van (Franse) ridders (lees: kaderleden en leidinggevenden, die toen, inderdaad, voor het Franse koningshuis werkten).

Wel, mijns inziens, is deze betekenis van de Guldensporenslag ook diep verweven in de psyche van het Vlaamse volk, te weten: Een volk dat geneigd is om zich, steeds opnieuw, te ontdoen van haar kaderleden en leidinggevenden, zeker wanneer die niet tot het eigen volk behoren; maar ook de eigen kaderleden en leidinggevenden hebben het hier niet zo gemakkelijk, immers, het gewone volk had en heeft hier veel meer te zeggen dan elders, en wil liever een horizontale bedrijfscultuur, met zoveel mogelijk inspraak, volledig tegengesteld dus aan het centralistische Frankrijk van destijds...

(Wordt later vervolgd)